Feedervissen algemeen
Witvissen is en blijft de meest populaire tak binnen de hengelsport en dat is geen wonder want witvis zwemt zo'n beetje in elke sloot, plas of rivier in Nederland. Gebruikte men vroeger enkel en alleen een vaste hengel om voorn, brasem, zeelt en ga zo maar door achter de vinnen aan te zitten dan heeft de moderne sportvisser heeft heel wat meer technieken voor handen ! Omdat je met de vaste hengel toch beperkt was in de te bevissen afstand kwam de feederhengel als geroepen. Een lange werphengel van het liefst een dikke drie meter om het aas veel verder te werpen. In het bovenste deel van de hengel kunnen verschillende toppen worden gestoken, afhankelijk van het werpgewicht en de lijndikte. De toppen die bij de hengel verkocht worden zijn vaak voorzien van een kleur. Er wordt veel met de kleuren rood, oranje en geel gewerkt. Deze kleuren staan voor een bepaalde stugheid van het topeind. Op de wat duurdere hengels staat ook vermeld welke gewichten maximaal geworpen mogen worden.

De feederhengel is, als het op witvissen aankomt, een dodelijk wapen op elk type water. Met de feederhengel valt nu eenmaal machtig veel vis te vangen, vaak meer dan met de vaste hengel of de matchhengel. Op bepaalde wateren - en die zijn er ook bij u in de buurt - zijn vangsten van vele tientallen kilo's voorn, brasem en of blei werkelijk niet uitzonderlijk en zeker niet alleen voor de specialisten weggelegd. De praktijk heeft uitgewezen dat ook beginners in de feedervisserij op goede dagen formidabele vangsten kunnen realiseren.

Nog een antwoord op de vraag "Waarom feedervissen?" vinden we in de eenvoud van deze visserij. Feedervissen is niks meer dan het vissen met een speciale werphengel (voorzien van een gevoelig topje) en een voerkorfje; de simpelheid zelve! Het moet wel heel gek lopen, willen beginners hun eerste pogingen niet meteen al beloond zien met een paar fraaie aanbeten en zelfs vissen. Zolang zij zich maar aan een paar basisregeltjes houden. Die komen later in dit verhaal aan bod.

Het feedervissen in al haar facetten is uit de moderne hengelsport gewoon niet meer weg te denken, vooral bij het wedstrijdvissen en de resultaten spreken voor zich. Het spreekt voor zich dat men voor deze techniek het juiste materiaal bij de hand moet hebben. Deze keuze wordt bepaald door het viswater, de weersomstandigheden, de visstand. Verder is het altijd een goede zaak om de dingen niet al te ingewikkeld te maken en een montage te gebruiken zonder al te veel toeters en bellen. Zorg er altijd voor dat alle elementen volledig op elkaar zijn afgestemd. 

Feeder vissen doe je met een werphengel en een voerkorfje. Dit is een korf van draad of kunststof waarmee je een portie lokvoer direct bij je haakaas op de bodem kunt brengen. Het voerkorfje zit met een zijlijn vast aan de hoofdlijn. De korf is zo bevestigd dat die kan schuiven over de lijn. Hoe zie je dat je beet hebt: Je ziet dat je beet hebt wanneer je top beweegt. Je top kan bewegen doordat je ingooit en de lijn strak draait de top staat zo ietsjes krom gespannen staat als die gaat bewegen heb je beet en haak je de vis.

Een tijdlang heeft het erop geleken, dat de Engelse methode van witvissen, die toch ook in de onze laaglanden langzamerhand begon door te sijpelen, voorbehouden zou blijven aan een handvol fanatieke hengelaars. Waarschijnlijk wordt deze vorm van visserij één van de meest populaire vormen van vissen, omdat het zo'n spectaculaire bezigheid is. Bijna elke vis is er mee te vangen, behalve de actieve en voorzichtige soorten zoals de snoek en de snoekbaars.

Voor oudere vissers met een verminderd gezichtsvermogen is feedervissen een ware uitkomst. Zij hoeven niet langer te turen naar het minieme antennepuntje van een scherp afgesteld dobbertje. Bij het feedervissen wordt helemaal geen gebruik gemaakt van een dobber. De dunne, felgekleurde en gevoelige hengeltop fungeert als beetindicator.

Omhoog


Materiaal verscheidenheid

Hengels die geschikt zijn voor het werpen met swimfeeders (voerkorven) noemt men logischerwijs dan ook feederhengels. De voerkorf moet bescheiden van afmeting zijn, immers het werpvermogen van onze hengels kent nu eenmaal een grens. De wat grotere voerkorven hebben in gevulde toestand (uiteraard afhankelijk van het formaat en het aangebracht extra loodgewicht) toch al gauw een gewicht dat ergens tussen de 40 en een dikke 100 gram ligt! Om deze zware gewichten weg te zetten is een langere hengel met meer 'body' een vereiste. Dus koop een hengel die bij het te bevissen water past.

Er zijn nogal wat typen feederhengels. Behalve dat er natuurlijk altijd kwaliteitsverschillen en daarmee prijsverschillen zijn, kunnen we de feederhengels onderscheiden in vier hoofdgroepen: light, medium, heavy en ultra heavy. Sorry voor de Engelse uitdrukkingen, maar het feedervissen is nou eenmaal, met termen en al, uit Engeland komen overwaaien.

De huidige "feeder hengel" is globaal te verdelen in twee verschillende uitvoeringen: de "Swingtip" en de andere de zogenaamde     "Quivertip".

"Swingtip":

"Quivertip":

Een Winckle picker
Dit is een hengel voor op witvis waar men op de top vist zonder dobber. Men maakt dan ook gebruik van een voerkorf en vist hiermee op dezelfde plek, waardoor vaak meer en zwaardere vissen mee gevangen wordt. Deze hengels hebben een zachte verwisselbare top die dient als beetregistratie met een gemiddeld werpvermogen van 10 tot 30 gram.

Een Feeder hengel:
Dit is een hengel voor het vissen op witvis, hiermee wordt hetzelfde gevist als met een Winkle Picker echter zijn deze hengels langer en bezitten ze een groter werpvermogen. Dit is bedoeld om ook te kunnen vissen op kanalen of rivieren zonder dat de stroming de voerkorf verplaatst van de visstek. Deze hengels hebben een gemiddeld werpvermogen van 40 tot 100 gram.

Voor startende feedervissers is het algemene advies een feederhengel in de klasse "light" aan te schaffen. Dit type feederhengel wordt als "allround" beschouwd, is ongeveer 3 meter lang en geschikt voor het werpen van korven met een gewicht van een gram of 40. Met deze hengel kunt u in de meeste wateren en onder de meeste omstandigheden aardig uit de voeten. Er kan zowel met een wartelloodje als met een voerkorf én zowel kortbij als veraf mee worden gevist. Als u met zwaardere voerkorven of op grotere afstand dan 35 meter wilt vissen, zou u een "medium" feeder kunnen overwegen. De "heavy's" en de "ultra heavy's" zijn bedoeld voor hard stromend water (rivieren) en is voor de beginner niet aan te raden.

Omhoog


Materiaal: Korf
Voerkorven zijn in drie groepen in te delen, namelijk: 

  1. open voerkorven, aan beide zijden open.

  2. gesloten voerkorven, aan beide zijden gesloten.

  3. half open korven, slechts aan één zijde open.

In principe bestaat de voerkorf uit een, metaalgaas vervaardigd hulsvormig lichaam verzwaard met een loodstrip. Er zijn ook voerkorven met een plastic lichaam. Een belangrijk verschil tussen een open plastic voerkorf en een gaasfeeder is dat de eerstgenoemde tijdens het binnendraaien gemakkelijker van de bodem loskomt, als de aan alle kanten open gaasfeeder.
  • In stromend water gebruik is het advies om minimaal een korf met een gewicht van 60 gram. Hiervoor gebruik je dan de medium feeder, dit om het gewicht goed te kunnen dragen en je hebt de mogelijkheid om ver te vissen. 
  • Is er meer dan 80 gram nodig, tot zeker 100 gram, dan ga kan worden overgegaan op de heavy feeder. Sommige heavy feeders kunnen aardig wat gewicht wegzetten tot zeker 150 gram, heb je nog meer nodig dan kan de "ultra heavy" gebruikt worden. Hiermee kan je met sommige feeders, tot 200 gram wegzetten. Uiteraard vis je dan niet verder dan ongeveer 30-35 meter.

Een ander belangrijk voordeel van het feedervissen is dat er spaarzaam en toch effectief met lokvoer omgegaan kan worden. Met een kilootje voer kan men gewoonlijk een hele dag doen. Duur is deze visserij dus niet. Voor het vissen in stilstaand of langzaam stromend water gebruikt u bij voorkeur een voerkorfje dat aan beide zijden open is. Bij elke inworp wordt slechts een klein beetje lokvoer op de voerstek gedeponeerd . Omdat de onderlijn vlakbij de voerkorf wordt gemonteerd, ligt het aas altijd in de buurt. Succes verzekerd!

Omhoog


Materiaal: lijnen
  • Bij het feederen in stromend water gebruik je een hoofdlijn van minimaal 22/00 met een voorslag van 25/00. De dikte van je hoofdlijn is belangrijk, aangezien het gegeven, hoe dunner je hoofdlijn hoe minder druk de stroom op je lijn uitoefent. De lengte van de voorslag hou je op ongeveer 2x de hengellengte. De voorslag hou je dikker dan de hoofdlijn, dit v.w. het gewicht van de voerkorf.
  • De vislijn die wordt gebruikt moet altijd in de juiste verhouding zijn met de hengel die gebruikt wordt. Dus het volgende ezelsbruggetje kan aangehouden worden: "Op een Light Feeder altijd dunnere lijnen gebruiken en op de "Heavy Feeder"  dus dikkere lijnen (en dus sterkere).  Dit heeft tot logisch gevolg dat op een heavy feeder ook vaak een zwaardere molen gemonteerd zal worden. 
  • Aan de speldwartel kan een feederkorf of wartellood gemonteerd worden. De hoofdlijn en de onderlijn worden via "lus-in-lus" met elkaar verbonden. Kan zowel dienen voor het vissen met klassiek nylon als met een gevlochten lijn.

Om te voorkomen dat u af en toe in de war gooit, kunt u een zogenaamd "hoekafhoudertje" gebruiken. Schuif deze op de hoofdlijn van ongeveer 0,18 mm nylon en laat deze stuiten op een speldwarteltje. In dat speldwarteltje hangt u de onderlijn van 0,16 mm dik en ongeveer 50 - 75 centimeter lang. Hangt u nu de voerkorf aan het afhoudertje en de montage is klaar. Tegenwoordig geven steeds meer feedervissers de voorkeur aan een gevlochten, dyneema lijn. Daar zit namelijk geen rek in, waardoor ook aanbeten op grote afstand goed worden doorgegeven aan de gevoelige top. Slimme sportvissers knopen thuis al hun onderlijntjes met haken in verschillende groottes. De maten 8, 10 en 12 zijn favoriet.

Er zijn verschillende methoden om de voerkorf of werplood en haaklijn te monteren.

Schuivende montage

Vaste montage

Omhoog


Hengel afsteunen
Hoe te vissen. U heeft vast wel eens een feedervisser langs de waterkant gezien. Dan is het u waarschijnlijk opgevallen dat de hengel bijna evenwijdig aan de oever lag afgesteund. Een dergelijk opstelling, waarbij de hengeltop een hoek van 100 tot 120 graden met de uitgeworpen lijn maakt, is voorwaarde voor een optimale beetregistratie. De voorkant van de hengel wordt op een speciale quivertipsteun gelegd, met de top zo dicht mogelijk bij het water. De wind mag geen vat krijgen op de uitstaande lijn. De handgreep van de hengel wordt tevens afgesteund op een speciaal steuntje of op uw zitmand. Volgen de aanbeten elkaar in rap tempo op, is het wellicht slimmer de greep op uw bovenbeen te laten rusten. Zo kunt u de hengel comfortabel vasthouden en razendsnel reageren op een goede aanbeet door zijwaarts aan te slaan.

In zacht stromend water of stilstaand water vis je nagenoeg parallel met de oever, dit om een beet beter te registreren. Vis je op stromend water dan vis je met de hengeltop omhoog. Wanneer je met de hengeltop omhoog vist haal je meer tuig uit het water waardoor de stroom minder druk uitoefent op je tuig. Hierdoor kan je een beet beter zien, en je voerkorf blijft beter liggen.

De hengel wordt vaak afgesteund op een "feedersteun". Steun de hengel zo af dat er een hoek ontstaat tussen de 90 en 120 graden. Zo is goed aanslaan mogelijk. Voor de voorste hengelsteun gebruik je een brede steun (een V steun) met een golvend profiel. Daarmee kun je de buiging van de hengeltop exact bepalen en aan het bijtgedrag van de vis aanpassen. Hoe minder lijn zich bevindt tussen wateroppervlak en hengeltop, de minder de kans dat de wind de beet registratie beïnvloed.

Omhoog


Inwerpen
Omdat het een vrij nieuwe visserij was en veel mensen wat sceptisch over deze hengel waren, duurde het vrij lang voordat deze grandioze vorm van "witvissen" voet aan wal kreeg. Het is eigenlijk een veredelde vorm van hoe men vroeger op de paling viste. Men werpt de paternoster in , draait de lijn strak en wacht op de registratie op de top. De kunst is nu om die onderlijn te maken die past bij de omstandigheden waarbij men vist. De feeder kun je ook fantastisch gebruiken bij de visserij op paling. Een geweldige ervaring om die hengel tekeer zien gaan bij de aanbeet van een grove paling. Het dunne topje zorgt ervoor dat de vis bijna geen weerstand voelt bij de aanbeet. Wat wel gezegd dient te worden is, dat je rekening moet houden met de rek in lijn. De afstand waarbij de haak gezet moet worden is aanzienlijk vergroot en dit kan de nodige problemen geven.

Een van de belangrijkste zaken bij het feedervissen is de keuze van de juiste feeder; beter gezegd de keuze van het juiste loodgewicht van de feeder. Het eigen gewicht van de te gebruiken voerkorf (dus zonder voer in de korf), wordt bepaald door de te werpen afstand. Hoe verder men van zich af vist des te zwaarder de korf moet zijn. Vist men te licht dan zal de te vissen afstand moeilijk te bereiken zijn.

Als je meer dan 80 gram nodig heb kan je het beste je korf een meter stroom opwaarts gooien, waardoor de korf na het uitrollen voor je blijft liggen. Zo kan je toch een voerplek aanleggen. Om een beter idee te krijgen wat hiermee bedoeld wordt, voor het vissen ga je eerst een paar keer proef gooien, met een korf die genoeg lood met zich meedraagt waardoor de korf blijft liggen. Nu moet je recht vooruit gooien en opletten waar je korf blijft liggen, is het bijvoorbeeld 3 meter rechts van je, dan houdt dat in dat je ook 3 meter stroom opwaarts moet gooien zodat de korf voor je blijft liggen.

Je kan natuurlijk ook een zwaarder korf gebruiken, maar dit houdt wel in dat je zwaarder vist, en dat je ook een gepaste hengel moet gebruiken die het lood kan wegzetten, Natuurlijk moet je ook je lijndikte aanpassen. Hoe zwaarder de korf, hoe dikker je tuig. 

Omhoog


Peilen met de feeder

Omhoog


Feedervoer
Als we met een feeder vissen is de vastheid van het voer erg belangrijk. In diep of stromend water mag het lokaas bijvoorbeeld kleveriger zijn en meer stevig in de korf zijn gedrukt als op ondiep of niet stromend water. Als de voerkorf zijn lading al tijdens de worp of halverwege de waterdiepte verliest hebben we er op de bodem nu eenmaal niets aan. Al te stevig is echter ook niet goed. Je ziet het bijvoorbeeld wel eens gebeuren, dat als men een vis vangt en deze boven het schepnet trekt, de voerkorf nog half vol met voer zit. Het zou de visser dan toch duidelijk moeten zijn, dat dit persé voorkomen moet worden.

Juist een gaaskorf moet zich binnen enkele minuten en zeker als er,zoals bijvoorbeeld bij het aanslaan gebeurt, fel aan de lijn getrokken wordt, op de visplek legen! Stelt u zich eens voor wat er gebeurt als het lokvoer in de korf blijft plakken.

Elke keer als we de korf binnenvissen volgt er dan in een rechte lijn naar de oever en spoor van lokvoerdeeltjes. Dit heeft hetzelfde effect als je met de vaste hengel een strook van 10 meter met voerballen voorziet. Zorg er dus altijd voor dat de korf zich zo snel mogelijk op de stek leegt.

Omhoog


Het opbouwen van een voerplek
Essentieel is dat de voerplek goed opgebouwd wordt. Korf na korf dient steeds op dezelfde plek terecht te komen. Alleen dan lukt het om de vis op de plek te houden. Om te beginnen is een juiste werptechniek van belang. Secuur werpen vraagt om een tweehandige aanpak en een zogenaamde "overhead"-worp. Aan de overzijde van het water zoekt u, in het verlengde van de te maken voerplek, een richtpunt uit. Dat kan een molen, een boom of bijvoorbeeld een inham in het riet zijn. Werp iedere keer naar dat ene, vaste punt. Elke keer de juiste afstand bepalen, is nog het makkelijkst. Hiervoor gebruikt u de lijnclip op de molenspoel. De lijn wordt na de eerste keer inwerpen simpelweg in de lijnclip geklemd. Elke worp wordt nu, keer op keer, op dezelfde afstand geblokkeerd.

Een voerplek maken we met de feederhengel en de voerkorf waarmee je gaat vissen. We doen dit door om de minuut een korfje met voer en aas op de gewenste afstand te brengen, laten deze ± 40 seconden liggen en geven een ruk aan de hengel. Nu komt het voer dat nog niet uit de korf was los. We halen rustig in en herhalen dit 15 maal. Nu gaan we vissen. Door telkens opnieuw in te gooien wordt de voerstek steeds voorzien van vers aas en voer

Als haakaas komen vooral maden, verpopte maden (casters) en kleine pieren in aanmerking. Combinaties van deze aassoorten doen  het vaak erg goed. Vergeet niet ook een handje van dit levende aas door het lokvoer te mengen. Het is vaak de sleutel tot succes.

Omhoog


Aanbeten
Een aanbeet kan zich op verschillende manieren voordoen, bijvoorbeeld zowel in de vorm van een plotseling fel naar het water buigende top, als ook in de vorm van een terugvalbeet. Dit wordt veroorzaakt als de vis het aas pakt en naar ons toe zwemmen en de voerkorf meenemen. En het meest voorkomend in de vorm van een aantal elkaar snel opvolgende schokkerige rukjes. U kunt dan rustig aanslaan en de vis landen. Om een goede beetregistratie te hebben kan je gebruik maken van een "targetbord". Dit bord zorgt ervoor dat je een rustige achtergrond heb en zo de kleinste aanbeten zichtbaar worden.

Omhoog